LOUIS COUPERUS EN MULTATULI. TWEE VISIES OP NEDERLANDS-INDIE

27 mei t/m 12 november 2010

In het kader van de 150ste verjaardag van de roman Max Havelaar en het 100-jarig bestaan van het Multatulimuseum organiseert het Louis Couperus Museum in de zomer van 2010 een expositie onder de titel: Couperus en Multatuli, twee visies op Nederlands-Indië. Zoals bekend hebben beide auteurs hun indrukken van het voormalig Nederlands-Indië op papier gezet: Multatuli in Max Havelaar (1860), Louis Couperus in De stille kracht (1900) en in later een reisverslag, Oostwaarts (1923). Het zal interessant zijn hun beider visies te vergelijken.

 

Couperus en Mutatuli

Voor zover bekend hebben de twee auteurs elkaar nooit ontmoet. Multatuli stierf in 1887, Couperus was toen 23 jaar. In 1860, het jaar waarin Max Havelaar verscheen, was Couperus nog niet geboren. Hij heeft de sensatie die de publicatie opleverde niet kunnen ondergaan. Maar Multatuli kende het Den Haag van Louis Couperus goed. In 1869-1870 woonde hij, net als Couperus, in Den Haag. In die tijd verbleef hij geregeld bij zijn broer Jan Dekker, die op Sophialaan 9 woonde, recht tegenover Couperus’ oom G. L. Baud, die op nummer 12 woonde. Jan Dekker verkocht zijn huis later aan Couperus’ grootvader jonkheer Joan Reynst. Couperus kwam er als kind veel aan huis.

 

Eigenzinnige ideeën

Couperus kwam uit een conservatief geslacht met financiële belangen in Indië. Voor nieuwlichterij was weinig aandacht, de naam Multatuli was min of meer taboe. Des te interessanter is het om over Couperus’ eigen visie op Indië te lezen. Daarin komen verbazingwekkend moderne, eigenzinnige ideeën over de koloniale verhoudingen aan de orde waarin hij Multatuli’s opvattingen benadert of soms zelfs overtreft. Multatuli wilde het koloniale bewind niet afschaffen; Couperus voelde intuïtief aan dat het einde van het Nederlandse bewind in Indië in zicht was.

 

De expositie

De expositie wordt voorbereid door een jonge Neerlandicus, Rémon van Gemeren, die een tekst heeft geschreven waarin een aantal gemeenschappelijke aspecten uit het werk van beide schrijvers wordt toegelicht. Het is de bedoeling dat deze aspecten vervolgens in beeld worden gebracht door middel van schilderijen uit de collectie van het Tropenmuseum, aangevuld met foto's.

 

Naar sponsoring wordt nog gezocht. Interesse? Neem contact met Leo van den Akker op 070-3640653. Bij voorbaat hartelijk dank!

DRIE FATALE VROUWEN. ANNA, EMMA EN ELINE

22 november 2009 t/m 23 mei 2010

 

Emma Bovary

De najaarstentoonstelling in het Louis Couperus Museum heeft als onderwerp een vergelijking tussen de romans Anna Karenina (van Leo Tolstoy), Emma Bovary (van Gustave Flaubert) en Eline Vere (van Louis Couperus). Een spannend onderwerp! Het is een vergelijking, op literair, sociaal cultureel en historisch gebied.

 

Overeenkomsten

Wat hebben de drie dames zoal gemeen? Allereerst een grote behoefte aan liefde. Anna is de grote romantica van het drietal. Zij valt als een blok voor de knappe officier Wronsky en zet daarvoor haar hele bestaan op het spel, en dat van hem – met het tragische einde vandien. Emma is verliefd op de liefde en zoekt haar heil bij minnaars; haar man gaat eraan onderdoor en zij uiteindelijk ook. Eline zegt letterlijk dat zij zo’n behoefte heeft aan warmte en liefde, maar zij krijgt het nooit. In die zin is zij misschien wel de meest treurige van alle drie de heldinnen. Haar Otto vindt echter het geluk bij een ander.

 

Corsetten en vergif

De tentoonstelling laat beelden zien van het leven van soortgelijke vrouwen in de negentiende eeuw: in schilderijen, prenten en mode. Om aan te geven dat het hebben van een minnaar niet eenvoudig kan zijn geweest in de tijd dat vrouwen strakke korsetten droegen is de staande vitrine gevuld met damesondergoed uit de periode. Een vitrine met historische potten en flessen ‘vergif’ uit de Haagse Hofstadapotheek – de enige Jugendstilapotheek in de Residentie – verwijst naar het feit dat alle drie de genoemde personages aan de drugs waren: Anna en Eline namen morfine om te kunnen slapen, Emma kwam aan haar tragisch einde door een overdosis arsenicum. Anna wierp zich voor de trein. Dit is gevisualiseerd in de tuinkamer van het museum.

 

 

De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt dankzij financiële bijdragen van Fonds 1818 en het Prins Bernhard Cultuurfonds.