'EEN GOUDEN DRUPPEL BLOED...' DE KONINGSROMANS VAN LOUIS COUPERUS

22 mei t/m 16 november 2008

 

P. de Josseling de Jong, Scepter, kroon en rijksappel, olieverf op doek (ca 1898). Collectie Koninklijk Huisarchief

Koningin Beatrix is in januari 2008 zeventig jaar geworden. Over niet al te lange tijd zal zij vermoedelijk plaatsmaken voor haar zoon, kroonprins Willem Alexander. Twee redenen waarom het Louis Couperus Museum in de zomer een tentoonstelling organiseert waarin Couperus’ zogenaamde ‘koningsromans’ centraal staan. Het gaat bij deze expositie niet zozeer om het literaire gehalte als wel om de genoemde boeken in een relevant historisch verband te plaatsen.

Aan het eind van de negentiende eeuw schreef Louis Couperus drie boeken: de romans Majesteit (1893), Wereldvrede (1895) en de korte novelle Hooge Troeven (1896). Deze koningsromans spelen zich af in het fictieve keizerrijk Liparië. Tijdens zijn leven waren de koningsromans Couperus’ meest populaire, meest verkochte en meest vertaalde boeken.

In Couperus’ tijd waren er twee houdingen ten opzichte van de monarchie: enerzijds de idealistische die in de vorst een verheven figuur zag met ‘een gouden druppel bloed’ in zijn aderen, die een voorbeeld was voor zijn volk, en anderzijds de anarchistisch-socialistische die het hele instituut zag als een anachronisme dat zo snel mogelijk moest verdwijnen. Beide opvattingen komen in Couperus’ koningsromans aan bod. Zijn vorsten geloven in hun ‘heilige’ missie, maar keizer Othomar komt om het leven door een anarchistische aanslag. Hij wordt doodgeschoten tijdens een uitvoering van Verdi’s opera Aďda.

Couperus was bijzonder goed op de hoogte van het wel en wee van de Europese vorstenhuizen en gebruikte deze kennis om zijn fictieve keizerrijk vorm te geven. De hoofdpersoon, kroonprins Othomar, vertoont bijvoorbeeld opvallende overeenkomsten met contemporaine troonopvolgers als Rudolf van Habsburg, Nicolaas Romanov en de prins van Oranje. De auteur maakte vermoedelijk gebruik van een album met genealogieën van Europese vorstenhuizen, dat in zijn bezit was. Prenten uit de buitenlandse geďllustreerde pers van zijn tijd laten zien hoe zorgvuldig hij zich documenteerde. Kabinetportretten van de genoemde Europese vorsten geven een beeld van de wereld van de toen regerende monarchen en hun troonopvolgers, die Couperus tot inspiratie dienden.

Bruiklenen uit het Koninklijk Huisarchief en Museum Paleis het Loo plaatsen de koningsromans in de contekst van de Nederlandse monarchie van de jaren 1890. Een selectie Franse koningsromans geeft aan dat Couperus’ boeken pasten in een eigentijdse literaire stroming. Zeldzame drukken en vertalingen van Couperus’ koningsromans uit de door het Letterkundig Museum en de Koninklijke Bibliotheek verworven collectie Sine Qua Non worden voor het eerst aan het publiek gepresenteerd. Getoond worden tevens de onlangs publiek geworden illustraties voor de derde druk van Majesteit door W.F.A.I. Vaarzon Morel. De expositie geeft wederom aan dat Nederland in Louis Couperus een uniek auteur bezit, wiens veelzijdigheid nog altijd stof biedt tot verrassende nieuwe tentoonstellingen.